Vandaag mochten we als ouders voor het eerst weer op het schoolplein komen. Het raakte me enorm waardoor ik vol schoot toen ik het plein opliep. Ik lees vaak stukken over hoe ouders een hekel hebben aan het schoolplein en blij zijn wanneer hun kinderen naar de middelbare doorstromen. Voor mij ligt dat anders. Ik ervaar het schoolplein als onderdeel van de bedding die ik als wezenlijk beschouw voor kinderen. Dat ik als ouder vanaf het plein ook lid ben van de gemeenschap waar zij zoveel tijd in doorbrengen. Wel vanaf mijn plek, buiten, op het plein. Liefde, warmte, omhulling en betrokkenheid. Dat zijn de gevoelens die ik aantref op het plein. In mezelf en bij vele andere ouders. Een samen verbonden zijn in de liefde en zorg voor onze kinderen.

Het trof me hoe het me raakte vanmorgen. Bijna een half jaar geleden dat ik mijn plek op het plein weer in mocht nemen. Dat ik mijn natuurlijke beweging weer kon volgen en niet op een parkeerplaats tegenover de school gestopt werd. Gestopt door de maatregelen die er, zoals keer op keer herhaald wordt, zijn voor onze eigen veiligheid en die van anderen.

Zo worden we het laatste half jaar allemaal gestopt in onze natuurlijke beweging. Door
niet naar je werk te kunnen, je ouders niet vast te kunnen pakken, een overledene te herdenken, naar een concert te gaan en zo zijn er eindeloos veel bewegingen waar het nu stokt. Stokt door iets van buiten. Van binnen is de beweging er nog. Wat heeft dat voor impact op ons als mens? We doen het ermee, verhouden ons ertoe en daarin zie ik een wonderbaarlijk aanpassingsvermogen van de mens. En in dat aanpassen gaan we keer op keer van onze plek. De plek die tot half maart zo gewoon was. Waar ik in mijn werk met mensen veelvuldig werk met het vinden en innemen van ‘je plek’ voelt het nu alsof we collectief een level hebben moeten opschalen. Want hoe neem je nog vol je plek in wanneer je beperkt wordt in je beweging? Mijn hart gaat uit naar al die studenten die noodgedwongen online college’s volgen en hun plek in de collegezaal niet in kunnen nemen. En naar de vele muzikanten die zolang hun plek op het podium hebben moeten missen en nu slechts mondjesmaat hun passie weer kunnen uitoefenen.

Het stoppen van een natuurlijke beweging kan zorgen voor stagnatie. De beweging zet zich dan vast in ons lijf. Dit gaat veelal ongemerkt doordat we het vanuit ons grote aanpassingsvermogen best goed lijken te doen. Deze flexibiliteit heeft daarmee wel een prijs. Stagnatie gaat ten koste van inspiratie, van levenslust. Vanaf onze plek en vanuit onze natuurlijke beweging geven we uitdrukking aan wie we zijn. Dit geeft kleur aan ons bestaan. Gelukkig zijn er velen die zeer creatief zijn omgegaan met dit van buitenaf gestopt worden. Door onlineconcerten, herdenkingen op afstand en familiebijeenkomsten in drie etappes.

Maar er zijn ook vele mensen, jong en oud, die somber worden. Vanuit een schijnbaar uitzichtloze situatie waarin niet helder is wanneer Universiteiten weer opengaan, we elkaar weer zonder schroom vast mogen houden en er naar hartenlust expressie gegeven kan worden op elke denkbare manier van dat wat er in ons leeft. Samen, dicht bij elkaar. Niet via een beeldscherm maar door elkaar aan te kijken en te kunnen voelen wat er in dat samenzijn ontstaat. Dat we onszelf niet in hoeven te houden maar kunnen volgen wat er vanuit onze binnenwereld naar buiten wil komen. Daar is geen alternatief voor te bedenken. Hoe creatief de alternatieven ook zijn, ze kunnen nooit een waardig substituut zijn voor het echte contact. Een artiest die eindelijk weer op het podium staat zei vanuit zijn tenen: “Ja, dit is mijn plek, hier hoor ik thuis.” Laten we niet vergeten wat onze natuurlijke beweging is en deze blijven voelen. Zolang je nog voelt wat je van nature zou doen in contact met jezelf en anderen kan die beweging nog vloeibaar blijven. Dat vraagt bewustzijn op waar we ons aanpassen zonder dat normaal te gaan vinden. Om vervolgens die beweging niet te stoppen maar een andere richting te geven. En daarin ook het gemis van dat wat in deze realiteit niet kan te nemen. Ons aanpassingsvermogen is een groot goed, maar wanneer we het contact met onze eigenlijke beweging verliezen, verliezen we een deel van onszelf. Kan er spontaniteit, inspiratie en creativiteit in de kelder van ons zijn verdwijnen. Je bewust blijven van waar je niet meer natuurlijk volgt helpt hierbij. Dit kan pijnlijk en frustrerend zijn en ik hoor velen spreken vanuit een moedeloosheid. En soort verslagenheid die kan verlammen met nog meer stagnatie tot gevolg. Dit weer losweken vraagt nieuwe vormen wat een beroep doet op onze creativiteit. Alert te zijn op de beweging van binnen en te blijven voelen hoe deze kan blijven stromen opdat de kelder in onszelf niet volloopt. Je meest nabije vooral vast te blijven pakken en degene waarbij je op afstand moet blijven echt aan te kijken. Inspiratie te zoeken in muziek, kunst, studie of de natuur. Alles wat maakt dat jij een levendig mens blijft.

Door mijn ervaring vanmorgen op het schoolplein werd ik vol geconfronteerd met hoe wezenlijk mijn vrije beweging is voor mij als mens. Hoe er iets dat zich had vastgezet ging stromen en via tranen van dankbaarheid en ontroering naar buiten kwam. Laten we naar buiten blijven komen en onszelf uitdagen daar steeds weer vol onze plek in te nemen.

Categorieën: Zingeving

1 reactie

Janneke Tichelaar · 24 september 2020 op 12:15

De spijker op zijn kop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.